Welkom bij Christengemeente Zuidhorn

Wil je ook een winnaar zijn?

“Wat zullen wij dan zeggen, als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?” (Rom. 8:31)

De praktijk van het leven is, dat we ons soms afvragen óf God nog wel voor ons is, als alles tegen ons schijnt te zijn. Ik heb gezien hoe gelovigen zich vertwijfeld afvroegen: Houdt God nog wel van mij?…. Waarom grijpt Hij niet in?… “Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn”, is Paulus’ conclusie uit een leven vol ontbering, vervolging, slagen, tegenslagen, ziekte, en teleurstelling in mensen (zelfs ook in mede gelovigen).

Als we deze tekst goed lezen en niet door de bril van onze slechte ervaringen of moeilijke omstandigheden kijken, dan lezen we wat Paulus bedoelt. Hij schrijft niet: “Je moet erop vertrouwen, dat ook al ben je in moeilijke omstandigheden, dat God je toch liefheeft”. Het gaat hier niet om een mooi gedachte volzin, een theologische waarheid, maar het gaat om de werkelijke ervaring van Gods grote liefde midden in al deze omstandigheden. Verdrukking, benauwdheid, vervolging, honger, naaktheid, gevaar, of het zwaard?.. En toch daar bovenuit gaat de ervaring van de liefde van Christus.
Hij zegt:  “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?”.. Juist in al het lijden is Christus nabij en dat ervaart hij ook door de Heilige Geest, die in hem woont.

Denk maar eens even aan de geschiedenis van Paulus en Silas in de gevangenis van Fillipi. Daar zaten met bebloede ruggen, de voeten in het blok, in de donkerste kerker. Echt geen omstandigheden om de liefde van Christus in te herkennen. Het gevoel constateert alleen maar het pijnlijk kloppen van de rug. En lezen we dan Handelingen 16:25: “Maar omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gods lof”… Zij zochten in hun aanbidding de Heer en gingen Zijn liefde ervaren. Zij zongen Gods lof en de aanwezigheid van Christus, en werd zo tastbaar, dat de aarde begon te beven, zodat de deuren van de gevangenis open gingen en de boeien raakten los.

De vraag: Hoe zit het vaak bij ons?… Hoe zijn onze omstandigheden?…Wat doen wij er mee?…Laten wij net Paulus in Silas gaan bidden. “Heer, niet mijn omstandigheden, maar U wil ik aanbidden, U wil ik groot maken”…

Een gezegende tijd…
H.T