Welkom bij Christengemeente Zuidhorn

Dient elkander . . .

Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn. (Marcus 10:43)

Jezus heeft alle gezag in de gemeente gebonden aan de broederlijke dienst. Dus ieder gezag is gebonden aan de dienst. Iedere persoonsverheerlijking, die zich richt op belangrijke eigenschappen, bijzondere bekwaamheden, krachten en begaafdheden van een ander – al zijn ze van geestelijke aard – is werelds en er is in de christelijke gemeente geen plaats voor.

Het tegenwoordig zo vaak beluisterde verlangen naar ‘belangrijke figuren’, naar ‘priesterlijke mensen’, ‘naar charismatische persoonlijkheden’ komt vaak voor uit de verlangende behoefte om mensen te bewonderen, om een zichtbaar menselijk gezag voor zich te zien, omdat het echte gezag van de dienst te onbeduidend lijkt. Niets staat in zulk een scherpe tegenstelling tot dit verlangen als in het Nieuwe Testament zelf in zijn tekening van de ambtsdrager (1 Tim.3:1 v). Daar vinden we niets van de luister van menselijke begaafdheden, van briljante eigenschappen en van een spirituele persoonlijkheid. De ambtsdrager is de eenvoudige, in geloof en leven gezonde, trouwe man, die zijn dienst aan de gemeente goed verricht, zijn gezag ligt in de uitoefening van zijn dienst.

De gemeente heeft geen ‘briljante persoonlijkheden’ nodig, maar trouwe dienstknechten van Jezus en van de broeders, zo verwoord Paulus het zo mooi in (Gal.1: vers 10) ´Tracht ik thans mensen te winnen, of God?.., Of zoek ik mensen te behagen?… Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.’  Aan de eersten ontbreekt het haar niet, maar wel aan de laatsten. De gemeente zal haar vertrouwen alleen geven aan de eenvoudige dienaar van het woord van Christus, omdat zij weet, dat zij dan niet geleid wordt door menselijke woorden en door de inbeelding van een mens, maar door het woord van de Goede Herder.

De geestelijke vertrouwenskwestie, die zo nauw samenhangt met de vraag van het gezag, wordt beslist door trouw waarmee iemand in dienst van Jezus Christus staat, maar nooit door buitengewone gaven, waarover hij beschikt.

De vraag: Wat is jou positie in de gemeente? Ik wens je Gods zegen bij het beantwoorden van de vraag!

H.T.